Preek van de week

Overweging 13 januari 2019, doop van de Heer

Een paar weken geleden zaten we nog knus en gezellig rond de kerststal, met Maria en Jozef, de herders en de inmiddels aangekomen koningen en Jezus als stralend middelpunt. We zongen liedjes met de kinderen en vertelden elkaar verhalen over een vierde koning of een verdwaalde herder. We hebben er allemaal herinneringen aan. Aan een paar weken geleden, maar ook aan hoe het vroeger was. Het kind Jezus was stralend middelpunt en daarmee ook het lijdend voorwerp. Hij wordt geboren, hij wordt in doeken gewikkeld, hij wordt gezocht door herders, koningen gaven hem goud, wierook en mirre. Jezus doet zelf niets, hij glimlacht als hij Maria ziet en maakt geluidjes als hij Jozef herkent. Maar verder komt hij nog niet. Hoe anders in dat in het verhaal van vandaag. Eerst nog even niet in het middelpunt, maar al gauw staat hij stralend tussen al die mensen die zich hadden laten dopen. Hij laat zich dopen, een duif daalde over hem neer. Een heel ander beeld van dezelfde Jezus. Niet meer het kleine schattige kindje in de kribbe. Nee, de bijna volwassen man van rond de twintig, vijfentwintig. Zijn dat dezelfde? Hebben we hier te maken met dezelfde persoon. Het doet me denken aan de foto van Denis Dartee van vorige week. Hij lag als een kleine hulpeloze baby op de schapenvacht. En toch zijn beide hetzelfde, niet van uiterlijk, niet van denken en doen, niet van gedrag en handelen. Maar wat dan wel. Waarom ben ik dezelfde als toen, terwijl alles is veranderd. We blijven dezelfde persoon, ook al groeien we of takelen we af. Ik stond eens bij een apparaat dat je kon laten zien hoe je eruit zou zien over zoveel jaar. Ik stond er voor in de camera te kijken en tegelijkertijd zag ik mezelf ouder worden. Steeds ouder, en steeds meer gelijkend op mijn vader. Ben ik dan toch niet diezelfde eigenstandige mens. Ben ik bepaald door ouders en omgeving, door vrienden en kennissen? Waar ga ik dan mijn eigen weg, of is juist die eigen weg wat mij tot dezelfde persoon maakt. Jezus is in dit verhaal een heel andere man, zo lijkt het. Maar door zijn ontwikkelingen, door zijn groei, door zijn contacten met anderen, zien wij hem als andere persoon, maar zelf is hij altijd met alleen maar zichzelf te maken. Juist door de gelijktijdigheid van groei en bloei, van aftakeling, komen we bij onszelf. Wij zijn altijd dezelfde in hart en nieren, als kind van God. Want dat horen we in beide verhalen. In het geboorteverhaal wordt aangekondigd dat de redder is geboren. In het verhaal van vandaag horen we: gij zijt mijn welbeminde, in u heb ik mijn behagen gesteld. Jezus wordt aangezegd dat hij het kind van God is, en dat altijd zal blijven. Hij is uiteindelijk degene die met geest doopt en met vuur. Wij kunnen slechts met water dopen, als verwijzing naar de doop van Jezus. Jezus doopt met geest en vuur, om mensen enthousiast te maken, geestrijk en vurig. Door die doop met vuur en geest kunnen mensen groeien en bloeien, groter worden en veranderen. Uitgroeien tot degene die ze ten diepste al waren. Kind van God. Daar zullen we naar moeten streven, naar dat ouderschap van God, van het kindschap van ons mensen. Het is mooi om op een stille zondagmorgen of middag eens een foto-album te pakken. Dan kun je zien hoe je bent veranderd, van klein meisje tot volwassen vrouw; van stoere jongen tot wijze man. En toch ben je jezelf gebleven en iedereen ziet dat. Heel langzaam groei je uit tot dat kind van God, in wie Hij welbehagen heeft.

Pastor A.Boom  o.praem.