Preek van de week

Overweging van zondag 8 maart uitgesproken door Herman Voss

Wat is het toch fijn om een thuis te hebben. Een plek waarnaar U ook straks na deze viering weer naar toe kunt gaan. Het kan er druk zijn, gezellig of stil, maar in elk geval is het voor U een vertrouwde plek. Veel mensen hechten aan zo’n vaste plek, zo’n plaats om thuis te kunnen komen, waar zekerheid en houvast te vinden is. Houvast vinden we erg belangrijk. Zekerheid is nou eenmaal zekerheid. Het wordt ook gewaardeerd als je ergens 25 jaar in dienst bent, je collega’s kennen jou en jij kent hun en zodoende weet je wat je aan elkaar hebt.

Huis en haard verlaten, dat doe je niet zomaar.Al je bezittingen achterlaten, al je zekerheden, je vrienden je familie achterlaten om in een vreemd land opnieuw te beginnen.

En toch zegt God tegen Abraham in de eerst lezing: “Trek weg uit je land, weg van je stam, je ouderlijk huis en ga naar het land, dat ik je zal aanwijzen”. We zouden maar vreemd staan te kijken als het ons zou overkomen. Als je baas zou zeggen: “verkas maar naar Saoedie-Arabië” of zelfs een roepstem van binnenuit of van buitenaf, die zou zeggen: “Laat alles achter en ga naar het land, dat ik je zal wijzen”.

Toch gebeurt dat met Abraham … en toch ook wordt die vraag op een of ander manier aan ons gesteld. Er wordt ons weliswaar niet gevraagd om de woestijn in te trekken, maar we worden wel aangezet tot een geestelijke reis. Niet een reis naar Australië of Nieuw zeeland, maar nog veel verder net zoals Abraham die tot het diepste van zijn eigen ziel en hart moet reizen om zijn opdracht, zijn doel in het leven te begrijpen. En Abraham denkt: hoe kan zo’n oude man als is ..hoe kan ik nou een groot en talrijk volk tot stand brengen. Hoe kan een eenvoudig mens zoals ik naam maken?

Geldt dat ook voor ons als we onszelf de vraag stellen wat de betekenis is van ons leven, welk doel wij nastreven … of zoals vroeger gevraagd werd in de catechismusles: waartoe zijn wij op aarde? Vroeger werd het antwoord voorgezegd en konden we het uit het hoofd leren. Sommigen van u zullen het nog wel weten: “We zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn”.

Maar dat lijkt absoluut niet meer voldoende te zijn. Nee, om die vraag te beantwoorden moeten we net als Abraham op reis: een geestelijke reis, ieder van ons natuurlijk op zijn eigen manier, jezelf de vraag stellen: wat is de bedoeling van mijn leven, wat vind ik nou echt belangrijk, waar geloof ik in en waar hoop ik op en wat kan ik betekenen?

Maar wil je die vraag beantwoorden dan moet je eerst een hoop ballast kwijt. Ballast, die je tegenhoudt om scherp naar jezelf te kijken. Misschien ook de ballast van onze welvaartstijd van de televisie en van internet, die je afleiden van je eigen gedachten. Misschien is er daarom zelfs wel een vastentijd van veertig dagen: tijd nemen om naar jezelf te kijken; tijd nemen om op reis te gaan, in en bij jezelf, en je de vraag te stellen wat je wilt en wat je opdracht is in het leven.

Het zijn geen gemakkelijke vragen … voor Abraham niet en ook voor Jezus niet, die in het evangelie letterlijk een berg lijkt op te gaan om zijn opdracht naar de mensen toe en naar God, zijn eigen Vader, te verstaan. Een geestelijke reis. Het vertrouwde loslaten, alles wat je houvast biedt Loslaten om opnieuw stil te staan bij je levenstaak; een opdracht van binnenuit. Misschien zelfs wel een Goddelijke opdracht. De veertigdagentijd is zo’n tijd, die ons aan kan zetten tot nadenken over hoe we ons leven hebben ingevuld en hoe we er opnieuw invulling aan zouden kunnen geven. Het is een reis op weg naar wie weet waar naar toe. De wereld om ons heen is in beweging en kunnen en willen we dan Loslaten om te kunnen vinden wat werkelijk belangrijk is. Misschien wel de liefde voor God en de liefde voor Zijn mensen.