Preek van de week

Overweging, zondag 23 september 2018

De overweging van vandaag was al klaar. Het ging over relaties en macht, over gezag en hoe om te gaan met elkaar in relaties. Dat was naar aanleiding van alles gebeurt in de katholieke kerk. Maar dat viel in het niet toen het eerste bericht kwam. Een ongeluk met een bakfiets, op een overweg. Het beeld dat ik kreeg was van een ouderwetse bakfiets zoals mijn vader die had om brood weg te brengen. Maar al gauw was duidelijk dat de bakfiets een vervoermiddel is om kinderen van en naar school te rijden.

En dan staat alles plotseling stil. Je kijkt geschokt naar de beelden uit Oss, zo dichtbij. Ouders van kinderen, getuigen, hulpverleners, onderzoekers. Zij nemen de wereld over, hun verhaal staat centraal. Je denkt aan de vier kinderen die zijn omgekomen, aan de families die achterblijven. Maar je denkt ook aan de begeleidster. Hoe kan die verder in het leven? Je denkt aan de machinist, die alles zag gebeuren.

Is het een zoveelste bewijs dat God het maar laat gebeuren? Kon Hij dit niet voorkomen? Waar is God überhaupt in dit verhaal? We hebben er geen woorden voor. Alleen emotionele uitingen van verdriet. Terecht. Iets anders past er niet na dit afschuwelijk ongeval. En toch moeten we er iets mee. We kunnen het niet afdoen met: zie je wel: God is onzichtbaar. Maar is dat wel zo?

We kunnen God niet de schuld geven dat zoiets gruwelijks gebeurt. God is er niet verantwoordelijk voor. Dat zijn geen relevante vragen op dit moment. Dat zijn juridische vragen die pas ná het onderzoek beantwoord kunnen worden. De vraag die we nu, hier, stellen is eerder: waar was God toen dit gebeurde? Waar was God nadat dit gebeurde?

Ik heb Hem gezien, Hij was er. In die brandweerman die hulp verleende. In de juffrouw die, ondanks haar eigen verdriet, de kinderen van haar klas begeleidde. Ik zag God in de knuffels en bloemen die werden neergelegd. Ik merkte Gods aanwezigheid bij mijzelf, toen ik tot tranen toe bewogen, keek naar de beelden uit Oss. Ik hoorde God in de burgemeester die haar gemeenteleden troostte en bemoedigde.

God trekt niet aan de touwtjes, zoals bij een marionettenspel. God is nabij in de liefde en aandacht van mensen die verscheurd worden door de dood van hun kinderen. Niets is meer hetzelfde. Een groot leeg gapend zwart gat, is wat er overblijft, voor de kinderen, voor de nabestaanden. Hoe kun je leven met zo’n gat? Niet door het te dichten. Wel door het te aanvaarden, hoe moeilijk dat ook is; bijna onmogelijk.

En wij, als gelovigen, zijn de handen en stem van God. Door onze liefde en aandacht laten we God toe in onze werkelijkheid. God is niet afwezig. Hij is aanwezig, daar waar wij Hem zichtbaar en merkbaar laten zijn. Niet alleen deze laatste dagen, maar heel ons leven. Heel ons leven is er op gericht dat we God present stellen in ons doen en laten, in de liefde en aandacht die wij hebben voor elkaar.

De brieven en artikelen over macht en misbruik zijn plotseling minder actueel. De vredesweek heeft even geen invulling. De werkelijkheid werd door elkaar geschut. Het leven stond stil. En langzaam, stap voor stap, zullen we terugkomen in onze werkelijkheid. We zullen nog lang de beelden zien, de stemmen horen. En steeds zullen er weer dingen gebeuren, waarbij wij God zullen zoeken en vinden in onszelf, in de ander.

Vanaf deze plaats, vanuit deze viering, willen wij de kinderen die omkwamen gedenken, we zullen bidden voor de slachtoffers die in het ziekenhuis liggen. We zullen bidden voor alle nabestaanden; vaders, moeders, broertjes en zusjes. We bidden voor hen om troost en bemoediging, om begeleiding op de weg van verwerking, ooit, later.

Een vraag is niet meer relevant. Er zijn teveel vragen. Stil zijn in onze verslagenheid, is het enige wat we kunnen doen.

 pastor Fons Boom o.praem.