Preek van de week

 Overweging zondag 22 april 2018, roeping

 

Met veel plezier lees ik De Tweeterp. Ook deze maand staan er weer artikelen en zeker ook foto’s in die getuigen van een enthousiasme. Ik zie dan een jongetje, met een grote zonnebril op de koudste dag van het vroege voorjaar, klaar om zijn eerste tennisbal te slaan. Ik zie een opa met zijn twee kleinkinderen, enthousiast over zijn kinderboeken. Ik zie velen die zich druk maken om de natuur en helpen om Engelen schoon te houden. Ik zie foto’s van de verschillende vieringen hier in de Lambertuskerk. Ik lees wat er allemaal gaande is op de basisscholen en sportverenigingen.

Het gaat allemaal over wat mensen bezighoudt. Waar ze warm voor lopen, soms zelfs letterlijk. In het kader van deze viering zouden we kunnen zeggen: ze hebben een passie voor het een of ander, ze voelen zich geroepen om ergens aan mee te doen. Van binnenuit klinkt die oproep tot deelname. Je ziet iets, je ervaart iets; en je voelt je geroepen. Er wordt gevraagd om jouw inzet, jouw enthousiasme. En soms is dat heel lastig. Want je hebt er niet om gevraagd, je wordt aangesproken.

Ik las het verhaal van de kleine Samuel heel lang geleden voor de kinderen van mijn klas voor. Ik had net het besluit genomen om in te treden bij de norbertijnen. Ik ervoer toen dat het verhaal niet over Samuel ging, maar eigenlijk ging het over mij. Ik werd geroepen vanuit mijn klas, naar de abdij. En ik voelde me groepen om deel te nemen aan dat leven van religiositeit. Ik wilde kloosterling zijn, geen priester of pastoor. En dan klinkt daar plotseling die stem van binnen, om voorganger te worden hier in Engelen. De roep kwam niet van boven of van ver weg. Nee, de roep kwam vanuit de gemeenschap, van mensen. Ook al had ik me jaren verzet tegen die opdracht; op een gegeven moment heb je geen keus meer.

Roeping heeft, zoals we in de inleiding al hoorden, niet altijd te maken met inzet voor de kerk, of voor het religieus leven. Daartoe is het wel lang op toegespitst. Eigenlijk kunnen we zeggen dat elke passie ontstaat vanuit een geroepen worden, door wie en voor wie dan ook. Je raakt ergens enthousiast over, je gaat je er voor inzetten, de vonk springt over.

Passie, roeping moet ook vaak groeien. Eerst doe je iets omdat je het gewoon leuk vindt. Later, als je ingegroeid bent, word je geleid door die roeping. Het wordt een levenswijze, een manier van leven, voor en door anderen. Soms hoor je die roep helemaal niet. Ben je er nog niet aan toe. Maar die roepstem blijft aanhouden, hij blijft je achtervolgen. En dan, ergens uit het niets, lijkt het, voel je je ooit aangesproken en luister je naar die roep.

Samuel voelde zich geroepen, maar kon het niet thuisbrengen. Pas na de derde keer komt hij echt tot luisteren en horen. De leerlingen van Jezus voelen zich geroepen vanuit hun vissersbestaan. Na de dood lijkt die roeping te verdwijnen, bang als ze zijn. Maar met Pinksteren, als ze geraakt worden door de geest; kunnen ze luisteren en horen. Wij worden geroepen vanuit ons christelijk bestaan. Ook wij horen en luisteren niet altijd. Maar aangespoord door anderen, door ervaringen, begint er iets te groeien.

De illustratie op de voorkant van het boekje geeft aan dat het om ons hart gaat. De armen van de mensen vormen een hart. Hart hebben voor iets, uit liefde voor de medemens ergens voor gaan. Dat is passie en roeping. Niet vanuit een berekening of voor de prestatie. Dan blijft het hangen in het puur menselijke en wereldlijke. Daar waar ons hart meespeelt en geraakt wordt, daar is sprake van passie. De basis van ons geloof is de liefde voor de mens en voor de wereld. Als dat de basis is voor roeping en passie, kunnen we spreken van door God geroepen te zijn.

We hebben geen rechtstreeks telefoonlijntje naar God. God heeft geen mailadres of app. Hij spreekt niet op een directe manier tot ons. Maar altijd via mensen die ons nodig hebben. Dan kunnen we zeggen dat we lammen op de been helpen, blinden weer zicht geven en doven weer gehoor. Daar waar wij gevangenen en zieken opzoeken, hongerigen en dorstigen voeden, naakten kleden; dan volgen wij onze roeping.

pastor Fons Boom o.praem.