| Laten we eerst eens kijken naar opvallende zinnen uit de eerste lezing. In de eerste regel van dit hoofdstuk, dat niet staat afgedrukt, zegt God JHWH : ik ben zelf uw gids. De Israëlieten trekken verder door de woestijn volgens de aanwijzingen van God. Maar het Joodse volk mort en is boos op Moses, omdat kennelijk niet voor water zorgt en zij en het vee dreigen om te komen van dorst. Vervolgens komt God Moses te hulp en neemt het initiatief: Hij gaat op een rots staan en Moses moet op die steen slaan. En ziedaar er stroomt water uit. Tot op dat moment hadden de Israëlieten nog steeds niet geleerd te vertrouwen op JHWH, die zijn Volk zelfs in de woestijn in leven houdt. De lezing eindigt met hun vraag : is de Heer nu bij ons of niet ? En het antwoord is: ja, God is zijn volk nabij. Hij lest hun dorst. Zelf ben ik enkele malen in een woestijn geweest: de eerste keer in 1971 in Perzië, het huidige Iran. Wij reden met de auto in een zoutwoestijn op weg naar de graven van koning Darius en koning Xerxes. We hadden wel water bij ons, maar dat was ondertussen ook meer kokend dan koud. En toen nodigden enkele bouwvakkers ter plekke ons uit om bij hen in de schaduw te gaan zitten en boden ons heerlijk verfrissend water aan. U kunt zich voorstellen hoe heerlijk dat was, maar misschien nog weldadiger voelden wij hun gastvrijheid en mee-leven met die rare Europeanen die op het heetst van de dag in een lelijke eend door de woestijn crossen. Zij wisten uiteraard, hoe belangrijk drinken daar is. En in het lange Evangelie komen we het belang van water wederom tegen. Het speelt zich af bij de Bron van vader Jacob. Ook daar ben ik geweest: het ligt tegen de woestijn aan en een put bij een plaats was van levensbelang. Jesus vraagt aan de Samaritaanse vrouw om drinken Hij was moe en had dorst. Hetzelfde als ik toen in 2018, ookal had ik een flesje water in mijn rugzak. Twee zaken zijn in dit Evangelie opmerkelijk: ten eerste dat Jesus contact legt met een Samaritaan, want de Joden liepen in een grote boog om Samaria heen. Voor hen waren de Samaritanen een verfoeilijk volk, omdat ze geen waarde hechtten aan de boeken van de Profeten en een eigen Heiligdom hadden t/o de Bron van Jacob. Haar aanspreken was not-done, maar Jesus trekt andere grenzen. Het tweede is, dat deze put door Jacob aan zijn geliefde zoon Jozef was gegeven. De put werd gevoed door een ondergrondse ader en was dus een bron van levend water. De Evangelist Johannes maakt in de woorden van Jesus duidelijk, dat God zijn meest geliefde Zoon aan de mensen heeft gegeven: als levend water, als bron van waarachtig leven en volkomen liefde. Als een mens daaruit put dan krijgt hij geen dorst zoals bij een gewone put, maar door Zijn Woord komt een mens tot geloof en – zo eindigt de lezing – : Jesus is waarlijk de Redder van de wereld. Ik heb mij afgevraagd, wat wij in 2026 met deze lezingen kunnen. Het moge duidelijk zijn, dat water ons in leven houdt. Op mijn reis door de woestijn kon ik niet zonder voldoende drinken. En ik herinner mij de trieste afloop van een woestijnreis van een echtpaar, een jaar of 2 geleden. Familie kon geen contact meer krijgen, de telefoon reageerde niet meer. Na een zoektocht vond men man en vrouw op afstand van elkaar. Hun watervoorraad was op en zij waren omgekomen door de dorst. Heel tragisch. En als ik de beelden van Gaza, Eritrea, Oekraïne en nu ook Iran voor de geest haal, dan zie ik dat water essentieel is om in leven te blijven, maar ook voor hygiëne, voor operaties in noodhospitalen. Maar tegelijk realiseer ik me, dat water en voedsel niet alles oplost. Wanneer zij en wij geen machthebbers, politici, militairen en geestelijke leiders hebben met moreel gezag, die de rechten van de mens en het internationaal recht respecteren, dan komen we óók om. Dan vechten we elkaar dood. Het gaat dan immers om zoveel mogelijk macht, land, geld en rijke grondstoffen. Dan gaat de wereld naar zijn mallemoer. Zoals de lezingen aangeven heeft een mens ook nood aan levend water en dat is: leven vanuit liefde en mededogen, leven vanuit geloof, hoop en liefde. In dit flesje water zit bruisend water (u ziet de bubbels), er zit leven in net zoals in de bron van Jacob. Maar méér nog zit er leven in Jesus van Nazareth. Hij bruist van energie om mensen te helpen en te verlossen en zijn Blijde Boodschap mag niet verwateren. En daarmee zijn wij aan zet. Wij zijn – ookal staan we vaak machteloos t/o zoveel geweld – mede verantwoordelijk om zijn Boodschap levend te houden, hier in het klein in Engelen / Bokhoven en daarbuiten. We kunnen water drinken zoveel we willen, als niemand van ons houdt, als wij niet omzien naar elkaar dan drogen we van binnen op en is ons hart een woestijn. Elk mens dorst naar een mens, die hem/haar bemint, van kleins af aan tot de laatste ademtocht. Laten we dus niet versagen en op weg naar Pasen proberen om voor elkaar te zijn wat dit bekende lied weergeeft: Uit vuur en ijzer, zuur en zout, zo wijd als licht, zo eeuwenoud, uit alles wordt een mens gebouwd en steeds opnieuw geboren. Om water voor de zee te zijn, om anderman een woord te zijn, Om oud en wijd als licht te zijn, om lippen, water, dorst te zijn, om alles en om niets te zijn, gaat iemand tot een ander. Naar verte de niemand weet, door vuur dat mensen samensmeedt, om leven in lief en leed, gaan mensen tot elkander. Amen |