Preek van de week

Naar mijn idee draait het vandaag om de vraag, wat je doet met jouw leven; hoe je je leven zin geeft en wat voor ons een zinvol leven is. Waarschijnlijk zijn er hele verschillende antwoorden, als ik het aan u zou vragen; verschillen in de manier waarop je het leven vorm geeft. Maar de meesten van u zullen – denk ik – zeggen, dat ze gelukkig willen zijn. Op felicitatiekaarten en bij bijzondere gebeurtenissen zoals een huwelijk en met de jaarwisseling wensen we elkaar geluk en gezondheid. Die combinatie komt het meeste voor. Geluk en gezondheid. Dat krijg je niet cadeau. Je moet er iets voor doen, al moet je er natuurlijk ook letterlijk een ‘portie geluk’  bij hebben. Je hebt niet alles in de hand en er kan je van alles overkomen buiten je eigen schuld. Maar laat ik me beperken met het thema, dat zowel de schrijver van het boek Prediker als Jezus van Nazareth vandaag op ons bord leggen: waar streven we naar in ons leven. Wat geeft zin en het doel aan ons leven.

De oude catechismus kende de vraag: waartoe zijn wij op aarde en als ik luister dan hoor ik uw antwoord: wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn. En hoe we God moeten dienen (de tweede vraag uit de catechismus ) heeft vooral Jezus ons geleerd. Natuurlijk is de oude catechismus niet meer actueel, maar het antwoord past wel geheel bij de woorden uit het evangelie. Geluk ‘hier’ op aarde en geluk over de grens van de dood heen. Gelooft iedereen het eerste ‘op aarde’, niet iedereen hecht nog geloof aan het tweede ‘het hiernamaals’.

God dienen, dat is het doel van Jezus; de zin van zijn leven bestaat erin, dat hij de wil van de Vader doet, de Blijde Boodschap verkondigt en zo het Rijk Gods nabij brengt. Jezus doet dat met woorden en verhalen, maar tegelijk geeft hij dat handen en voeten door zijn omzien naar de medemensen. In het verhaal van vandaag waarschuwt hij de omstanders, dat hebzucht een gevaar is om God te dienen. Het verhaal begint met een familieruzie, een erfeniskwestie; volgens de Joodse wet kon een oudste zoon beslissen, dat erfenis onverdeeld moest blijven. Hier komt de jongere broer aan Jezus vragen om tussenbeide te komen en druk uit te oefenen om over te gaan tot verdeling. Jezus weigert, omdat hij dit overlaat aan het bevoegde gezag. Hij vindt ook zaken die het aardse bezit betreffen onbelangrijk. Geen enkel bezit stelt je leven veilig. Jezus richt zich niet tegen rijkdom, heeft niets tegen rijken, maar hij wil ons laten nadenken over onze houding ten opzichte van aardse goederen; hoe wij ermee omgaan; welke zin en betekenis hechtten wij aan (veel) rijkdom.

Ik ken de achtergrond en de levensloop van u niet en misschien kwets ik onbedoeld iemand, vergeef me: dat is niet de bedoeling. Maar er zijn voorbeelden uit het pastoraat, die me zijn bijgebleven: het verhaal van een man, die het gemaakt had in zijn leven. Klein begonnen en dag en nacht gewerkt om hogerop te komen. Dat was gelukt en hij bezat een groot concern en een groot fortuin. Maar hij was zo eenzaam als wat, zijn carrière stond voorop, daar had hij alles voor over gehad, maar het had hem zijn huwelijk gekost en het contact met zijn kinderen verloren. Hij huilde en zei: ik kan alles kopen, ik hoef maar te roepen en het wordt gebracht, maar ik heb niemand, niemand om samen te delen.

Ook herinner ik me een oudere dame, die net met pensioen was. Zij had een goede baan gehad en zuinig geleefd. Zij en haar man hadden het geld opzij gezet om te sparen voor de oude dag. Hun kinderen waren niets tekort gekomen, maar zij hadden sobere ouders die geen uitstapjes en reizen maakten, en het liefst alles opzij zetten voor later. Na ons pensioen dan gaan we genieten. 3 maanden geleden was het zover en nu lag ze in het ziekenhuis met klachten. De oncoloog had haar zojuist verteld, dat ze kanker had met uitzaaiingen; chemo was niet meer aan de orde en ze had nog maar een paar maanden te leven.

En tenslotte herinner ik me 2 jonge mensen, die naast hun werk heel veel contacten onderhielden. Ze hadden een groot netwerk en waren elk weekend op chanternel; ze leefden dan op de gastvrijheid van anderen, maar bij hen thuis ontvingen ze zelden. Toen kwam corona, beiden kwamen zonder werk te zitten; ze hoorden of zagen niemand meer. Het bleek, dat ze geen echte vrienden hadden; ze hadden niet geïnvesteerd in diepgaande contacten en hun huis niet opengesteld voor anderen. Ze waren eenzaam door armoe aan vriendschap.

Zo werd ik deelgenoot in het leven van mensen. Het blijkt dat mensen met veel  zorgen en aandacht aan dingen bezig zijn en later pas inzien, dat die zaken navenant niet tellen; of dat ze het ‘gemaakt hebben’, maar dat er op andere terreinen veel mis is gegaan en onaf. Regelmatig betreft dit onderlinge relaties binnen het gezin/familie. Had ik het anders moeten doen? Niemand weet hoe het leven was gelopen, als je zaken anders had gedaan. ‘Ik heb mijn best gedaan ‘ is een uitdrukking, waar niemand aan twijfelt, maar dat is wel juist de vraag en heel vaak aan het eind van een mensenleven. Ik hoefde slechts te luisteren en de betrokkenen gaven zelf het antwoord al. Ookal kun je er later (soms) niets meer aan veranderen dan nog is het goed om bij stil te staan; soms vergeving te vragen aan God en elkaar; maar soms kunnen we het ook een wending geven; en als je zelf inziet dat je het anders had moeten doen, wat dan?  Aanvaarden dat je ook maar mens bent en fouten hebt  gemaakt en het anders aanpakken.

Bezit heeft een keerzijde. Streven naar bezit en iets willen bereiken is niet per definitie hebzucht. Sommige mensen hebben hun leven lang hard gewerkt om iets op te bouwen, iets te bereiken; vaak ten dienste van hun kerk, hun buurt, hun stad of land; sport, politiek, ze hebben met hun inzet veel bereikt en daar is niets mis mee. Jezus keert zich niet tegen bezit en rijkdom, maar stelt wel de vraag wat het waard is. En dat is precies, wat de eerste lezing ook centraal stelt. Het boek Prediker is geschreven door een scepticus; hij stelt alles waar een mens zich voor inspant ter discussie; ophopen van bezit: voor wie? De dood maakt het allemaal ijdel en zinloos. En zo dwingt hij de lezers na te denken over hun inzet in het leven en de zin ervan.

Er zijn veel mensen, die hun rijkdom ook delen. Niet alleen miljardairs aan goede doelen, maar ook eenvoudiger lieden die iets van hun bezit afstaan aan minder bedeelden. En daar heeft Jezus niets tegen, integendeel, maar schatten verzamelen oppotten en voor jezelf houden heeft in zijn ogen géén waarde. En ook Paulus benoemt het in de tweede lezing.

Geniet van wat je hebt, stel niet uit tot morgen, is de boodschap van de eerste lezing. En zowel Paulus als de Heer voegen eraan toe: geniet, maar houdt dat genieten niet voor jezelf; deel ervan en besef dat alle bezit van de wereld niet opweegt tegen de waarde van andere rijkdom: rijk zijn bij God. Blijvende betekenis krijgt ons leven, als wij ons vertrouwen stellen op Hem; Hij is de enige vaste waarde, de vaste grond die we niet kwijt raken en niet onder onze voeten wegzinkt. Hij draagt ons over de grenzen van de dood. Het geloof, dat Hij er altijd zal zijn; dat Hij ons liefheeft en dat die liefde niet wankelt.

Tot slot: als ik in een uitvaart het leven van de gestorvene zou herdenken en ik zou het alléén hebben over zijn huis van 900.000 €, over diens tweede huis in het buitenland, over de 2 sportwagens en de boot die hij heeft, over zijn bankrekening, over de vele werknemers en bedienden die hij heeft, over zijn kostbare schilderijen, over zijn reizen naar alle uiteinden der aarde etc.  zou u dan niet denken: wat een armoedig verhaal, wat is de zin van zijn/haar leven geweest, welke betekenis had de overledene, wat deed ertoe en hoe leeft hij voort in de harten der mensen?  Want een rijk leven bestaat erin dat je sporen nalaat van liefde en vriendschap, van breken en delen. Elke mens is waardevol in Gods ogen, maar wordt ook afgemeten aan wat hij/zij gedaan heeft. Bezit kun je niet meenemen, alles wat je vergaard hebt is relatief in het aanschijn van de dood, maar een betekenisvol leven blijft en heeft eeuwigheidswaarde. Onze waarde hangt niet af van onze prestaties en hoe goed we het (denken) te hebben gedaan. Mensen zijn waardevol in zichzelf.                                           

Ik besluit met een toepasselijk verhaal: (uit: parels voor de ziel van Chantal Laterme )