Preek van de week

Kunnen wij ons voorstellen, hoe de apostelen zich gevoeld hebben? Je moet in de schoenen lopen van een ander, om te weten hoe het is. Ik doe een poging om te beschrijven: Ze waren bang / apathisch / reddeloos verloren / geschokt/zoekende. Hun toekomst was in puin. Dat zal bij menigeen in Engelen ook zo zijn: Vgl. situaties bij ons zelf: de schoenen. Enkele voorbeelden:

  • In de oorlog worden dromen letterlijk de grond in geboord; het leven ligt in puin; dierbaren zijn gewond of gestorven; huizen onbewoonbaar etc.
  • Vroeger willen doorleren kon niet; je moest van de Lagere School meteen gaan werken en daarmee een toekomst anders dan je hoopte
  • Je werk verliezen (werkeloosheid, vroeger en nu); hoe verder?
  • Je partner verliezen; het leven valt in duigen en pakt heel anders uit
  • Corona heeft heel veel gevolgen   etc.
  • Mogelijke kerksluitingen. Veel onzekerheden; is er nog toekomst voor gelovigen? 

Ga er maar aan staan! Je moet in de  schoenen staan om het ECHT te voelen. Ik moest denken aan mw Miet Pieters uit Zuid-Oost Brabant. Haar man stierf 2 jaar geleden; hij was pas 72 jr. Onverwacht, zij had het niet zien aankomen; geen afscheid kunnen nemen. Ze kon het niet bevatten, niet accepteren, niet verwerken. Ze sloot zich op, eigenlijk hoefde het niet meer van haar. Haar 2 kleinkinderen konden praten als Brugman, maar het leek alsof ze doof was. Apathisch was ze, sloot zich op in haar huis; vlug boodschappen doen op tijden dat er niemand in de winkel zou zijn. Was het verwaarlozing? Oh nee.. ze zorgde voor het schoonhouden van het huis, verzorgde zichzelf ook hygiënisch, maar voor de rest kon het haar niet schelen hoe de boel erbij stond. Verwaarlozing van vriendschappen, geen hobby’s en ook geen interesse in het verenigingsleven meer. Nee, de geest was uit de fles. Liefst zat ze binnen, alleen. En telkens als mensen – onder wie haar 2 kinderen – haar uit goede bedoelingen  wilden helpen  was het: Je kunt mooi praten, maar je zou eens in mijn schoenen moeten staan !

Alléén  haar kleindochter bezorgde haar nog wat vreugde en daarvoor leefde ze eigenlijk nog. Amber was 8 jaar toen opa stierf en had hem dus goed gekend. Opa en oma waren voor Amber alles; ze vond het heerlijk om te logeren. Maar nu de laatste tijd … oma was veranderd, ze was oma wel, ook lief, maar eigenlijk niet de oma die ze kende; het was niet echt meer leuk of gezellig. Op een gegeven moment  was  Amber aan het spelen met een pop. Ze had hele verhalen en oma luisterde dit keer vanuit de keuken stiekem mee. Tijdens het spel vroeg Amber aan haar pop: heb jij ook een oma  en opa ?  Mijn opa is dood, dat is heel  jammer en mijn oma is ook dood, zij is geen oma meer … Ik hoop dat jij nog een echte oma hebt. Oma in de keuken, ze schrok wat haar kleindochter tegen de pop had gezegd: …” en mijn oma is ook dood, zij is geen oma meer …”

Op een stil moment, ’s avonds in bed moest ze heel veel huilen en dacht aan de woorden van Amber. Maar toen, onderwijl, gingen haar ogen open en ze begreep waar de schoen wrong. Ze begreep nu wat haar kinderen en vriendinnen bedoelden, nu gehoord uit de mond van haar kleindochter, die ze lief had, meer dan iemand anders op de  wereld. Ze begreep, dat als ze zo zou doorgaan ze niet alleen haar man had verloren, nee, ze zou ook haar Amber en zovelen meer mensen verliezen, als ze zo bleef doorgaan. En dat zou haar man, de opa van Amber, ook niet gewild hebben  en ze kreeg hem er ook niet meer mee terug, als ze zo door bleef gaan en binnen zitten treuren. Dan was ze levend dood.

Beste mensen,  met Pinksteren  denkend aan de apostelen:  kan ik in de schoenen staan van hen, het is bijna onmogelijk, maar misschien is het toch ook een beetje dezelfde ervaring: binnen blijven zitten, achter gesloten deuren,  apathisch, medelijden met  jezelf, uitgerangeerd en zonder doel. Met lood in de schoenen kwamen de apostelen op straat, maar liever vertoonden ze zich niet, ze werden uitgelachen, konden geen woord uitbrengen. Doch toen veranderde er gaandeweg iets. Was het Maria, was het Thomas, waren ‘t de verschijningen en herkenning ? Er gebeurde iets: net als de oma van Amber voelden ze aan: als we zo doorgaan dan bloeden we dood, dan wordt het niets, geen Blijde Boodschap meer, maar treurnis en hun ogen gingen open, hun mond viel open van verbazing, toen ze het bij elkaar herkenden: we moeten de hort op, we moeten Jezus niet doodzwijgen, niet wegkwijnen en de Geest geven, nee, de Geest moet uit de fles. En zo werden ze geestdriftig en staken de handen uit de mouwen om in Woord en Daad te getuigen wie Jezus was, en om in zijn Geest verder gaan

En wij, gelovigen in 2021; hoe staan wij ervoor?  Ik kan niet over u allen oordelen: ik sta niet in uw schoenen.

  • Er zijn er die veel meegemaakt hebben, maar niet klein gekregen
  • Maar ook die veel meegemaakt hebben en murw  geslagen 
  • Niet veel meegemaakt en nergens zin in
  • Niet veel meegemaakt en overal bij betrokken
  • De kerk als steunpunt of de kerk als mispunt (wijs gemaakt, geen aandacht bij bijzondere gebeurtenissen, misbruik..)
  • Geloof verloren of juist het Geloof behouden
  • Geloof met de tijd meegegaan, bezorgd om het geloof voor de toekomst
  • De één wil het liefst dood en de ander wil nog best jaren bijtekenen

Kortom : de ieders schoenen zijn anders en ik vel geen oordeel, want ik snap  soms heel goed waar de schoen wringt; en ik kan inderdaad niet in de schoenen staan van u. Maar ik wil wel de schoenlepel zijn, die helpt of de steunzool die ondersteunt; ik wil niet naast mijn schoenen lopen denkend, dat ik voor alles een oplossing heb. Maar met Pinksteren hoop ik en wens ik u toe, dat u net als oma Miet Pieters en als de apostelen nog met enige geestkracht, met geestdrift, (pro)actief  in het leven staat. De eigen regie bepalen en behouden, zeggen veel omstanders en dan hoor ik u zeggen: ja ja, jullie hebben mooi praten, maar je moest eens in mijn schoenen staan. En toch, laten we naar buiten treden, de geest niet uitblussen en doen wat we kunnen, voor elkaar een schoenlepel zijn en onze dierbaren, onze medemensen begeesteren.

Een spreekwoord zegt:  je denkt zeker met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen). Maar dat klopt niet en zeker bij de apostelen niet; immers velen hebben het met hun léven moeten bekopen. Dat hoeven wij niet, maar laten we voorkomen, dat we levend dood zijn of dat er géén léven méér in ons zit. En als de Geest uit de fles is dan kunnen we dat in ons gebed voorleggen aan God en Moeder Maria; zij zullen het begrijpen en misschien een troost zijn net als het steuntje inde rug van medeparochianen. Geef niet op is een boodschap van Pinksteren. Vanochtend werd ik nog begeesterd door het radiobericht, dat een aantal Palestijnen en Joden samen de straat op waren gegaan met de boodschap: dit huis (= Jeruzalem en/of Israël )  is een huis voor ons allemaal. Zij kwamen op voor vreedzaam samenleven. Dat geeft spirit, geestkracht, en zo leeft God in de apostelen, in Miet Pieters, in het heilig Land en in u en mij.

Amen