Preek van de week

Het zal u wellicht bekend voorkomen, dat mijn ouders in de jaren ’60 altijd hun inkopen deden bij de Gruyter en niet bij Albert Heijn. Mijn oma ging immers ook altijd naar de Gruyter. Voor de aankoop van de eerste TV gingen naar de radiozaak, die op de hoek was en waar ze ook eerder onze radio hadden gekocht en de platenspeler. Dat was vertrouwd, ze kenden je daar en je had je service in die winkel. Ze dachten er nog niet aan om verder te kijken en elders te informeren. En ze bleven jarenlang trouw aan de bakker en melkboer die langs de deur kwamen i.p.v. naar de eerste supermarkten te gaan. En je kocht natuurlijk later weer een Philips TV, want dat was de eerste immers ook en nog NL dus geen Grundig, want die kwam uit het buitenland en was niet ‘eigen’.

Als kind ging ik naar de parochiekerk, waar ik woonde en niet naar een andere kerk die moderner was of een leukere kapelaan had. Nee, je was parochiaan en je bleef dat. Ik ging ook elke zondag naar de h. mis en vaak nog naar het lof, want dat hoorde zo; je was RK of je was niet RK. Je bleef trouw aan die principes en traditie.

Ik heb gezocht naar een symbool, dat ‘trouw’ weergeeft en dat blijkt een touw te zijn met 2 knopen. Twee stukken touw met elkaar verbonden en zo in de knoop, dat ze niet meer los kunnen.

Welnu, die trouw waarover ik sprak, is allemaal ingrijpend veranderd. Veel mensen kopen bij allerlei zaken die de meest voordelige aanbiedingen hebben; kleinere winkels op het platteland bv gaan verloren, omdat men liever naar de supermarkt 11 km verder gaat, die alles heeft. We shoppen her en der om de beste TV voor de goedkoopste prijs te kopen. Eerst informatie inwinnen bij 2 à 3 elektronicawinkels en vervolgens online bestellen bij een postorderbedrijf. Nee, die knoop in het touw stelt niets meer voor; we hakken de knoop door en zijn niet meer merktrouw en achten ons niet meer verplicht om bij de buurtwinkel te kopen. Ter kerke gaan is evenmin vanzelfsprekend en ook onze eigen parochiekerk (als die er nog is) is ook niet bepalend, want elders is een mooier koor, een betere pastoor, of in de kapel van een zorginstelling een behaaglijker temperatuur.

Let wel, ik spreek geen oordeel uit en moet de hand ook in eigen boezem steken. Ik moest aan deze zaken denken naar aanleiding van de lezingen vandaag. Jozua die uit naam van God het Joodse volk voor de keus stelt: ‘als gij de Heer niet wil dienen, kiest dan nu wie gij wel dienen wilt….’ Het volk antwoordde: ‘wij denken er niet aan de Heer te verlaten en andere goden te vereren. De Heer onze God heeft ons en onze Vaderen uit Egypte geleid, ons beschermd. Ook wij willen de Heer dienen, Hij is onze God ‘  Duidelijke taal. Zij blijven (dit keer) de Heer trouw. Het verbond (touw) tussen God en zijn uitverkoren Volk is onverbreekbaar (touw). Ook in de tweede lezing (waarover trouwens heel wat te zeggen valt) staat 1 ding voor Paulus buiten kijf: man en vrouw zijn gehecht aan elkaar. De eeuwige trouw wordt bij het huwelijk niet bezegeld met een touw, maar met de ringen en God hecht zijn zegen daaraan.

En tenslotte hoorden in het evangelie, dat vele aanvankelijke leerlingen van Jesus aanstoot nemen aan wat hij zegt. Een aantal zegden hun geloof in de man van Nazareth op, trokken zich terug en verlieten zijn gezelschap. Daarop vraagt Jesus aan de 12, de kern van zijn discipelen: wilt ook gij, willen ook jullie, soms weggaan? Zij worden voor de keuze gesteld: laten zij het touw vieren of laten zij zich op sleeptouw nemen door Jesus? Het antwoord zal voor Jesus spannend en beslissend zijn geweest.  Het is Petrus, die namens de andere apostelen spreekt: ‘Heer naar wie zouden wij anders gaan, uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij weten, dat Gij de heilige Gods zijt ‘

Het is de bevestiging van trouw en een geloofsgetuigenis, een man een man, een woord een woord. En tegelijk weten wij, dat deze Petrus Jesus bij het kruis 3 x zal verloochenen. Trouw is en blijft mensenwerk, eeuwige trouw is soms heel moeilijk. Mensen hebben soms de neiging is om mee te doen met wat iedereen doet en niet tegen de stroom in te roeien. Ook de leerlingen van Jesus: zijn zij meeloper of echte volgelingen? De evangelist Johannes schrijft dit evangelie in de tijd van grote verdrukking. Als je leerling van Jesus was dan was je je leven niet zeker. De Joden zaten je dwars en bij de Romeinen was de aanhang van Jesus verdacht en in deze omstandigheden voor Jezus kiezen was een hachelijke zaak. Ook in onze dagen wordt de aandacht voor God en de Blijde Boodschap van Jesus steeds geringer. Menigeen haakt af, past zich aan de tijdgeest en kiest voor iets anders. Maar ook wat een mens meemaakt aan tegenslag kan hem doen vervreemden. Samen geloven is niet meer vanzelfsprekend: ik kan wel geloven zonder naar de kerk te gaan; Bovendien gaan kerken op grote schaal dicht. Maar tegen wie spreek ik: immers u zit hier dus u heeft uw keuze gemaakt.

Wij blijven continu keuze’s maken; in onze relaties, in het religieuze leven, in de politiek, in ons werk en in ons pensioen. Bij sport en spel; bij ruzie of je werkeloos toekijkt of het opneemt voor iemand (met tegenwoordig ook grote consequenties). Kunnen we dat nog, ons toevertrouwen aan iemand? We krijgen zoveel prikkels, zoveel informatie, zoveel nieuws en nepnieuws: kun je daar nog een touw aan vastknopen? Wie is betrouwbaar? Rond Jesus kon het niet op: 5 broden en 2 vissen blijken wonderlijk genoeg voor 5000 mensen. Logisch dat je dan volgers krijgt. maar volgers zijn nog geen volgelingen (betrekkelijkheid van Facebook: mensen hemelen je op en laten je als een baksteen vallen). Jesus daagt de menigte uit zijn levensinstelling te volgen en te doen als hij: breken en delen. Maar het blijft een kwetsbare weg, getuigen van geloof in een onverschillige samenleving, opkomen voor vrede en gerechtigheid samen met mensen die anders in het leven staan, maar mensen van goede wil zijn. En daarom toch, zeg ik: Heer naar wie zouden wij anders gaan….uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij weten, dat Gij de heilige Gods zijt ‘ . Daar houd ik aan vast. Als aan dit touw: onverbrekelijk zijn we aan elkaar gewaagd en wij laten elkaar niet los: God mij nooit en ik, hopelijk ook Hem en zijn Gebod van Liefde nooit. Daarom blijf ik maar in touw met de Blijde Boodschap.